Afbeelding Katja koppelt haar regenpijp af en maakt van haar tuin een regenspons

Katja koppelt haar regenpijp af en maakt van haar tuin een regenspons

Na een kurkdroog voorjaar en eerdere maanden vol regen wil tuinjournalist Katja Staring haar tuin beter bestand maken tegen beide extremen. Ze leidt het regenwater via een lange route door de tuin naar een wadi, zodat het onderweg in de bodem kan zakken. En ze ontdekt waarom alleen een regenton plaatsen lang niet genoeg is.

tekst Katja Staring
beeld Sandra Verkic
datum 12-07-2025
update 17-07-2026

Van kurkdroge grond naar een regenspons

In maart en april was het kurkdroog en al flink warm in de tuin. Geen spatje regen viel er. Omdat er nog geklust wordt aan het huis, moest ik mijn wachtende verhuisplanten in pot eind maart al water geven om ze aan de praat te houden. Gelukkig brak in april een regenperiode aan en zag ik alle planten opgelucht ‘bibberen’. Binnen een paar dagen waren ze aan de groei en bloei!

Met de doorlopende buien van vorig jaar in het hoofd, maar ook de hete jaren daarvoor, wil ik in mijn tuin het hemelwater goed begeleiden én koesteren. Dus in natte tijden ga ik het in de tuin zelf opvangen en spreiden, zodat de planten en de bodem er optimaal mee gevoed worden. Voor droge tijden ga ik mijn regenton ermee vullen.

De tuin wordt als het ware een ‘regensponsplek’, waar al het kostbaars dat uit de hemel valt niet verdwijnt in het riool. Nee, het maakt de hele biotoop veerkrachtiger.

Waarom een droge bodem regen slecht opneemt

De fikse moessonachtige buien van tegenwoordig en de lange, echt warme periodes of zelfs hittegolven hebben met van alles te maken. Met de opwarming van de aarde en met veranderende windrichtingen en de straalstroom, lucht die van west naar oost vloeit.

Als een hogedrukgebied daarin terechtkomt, blijft dat langer hangen en is het langduriger droog. Gemiddeld valt er nog ongeveer evenveel regen als dertig jaar geleden, alleen in andere hoeveelheden: een enorme sloot in een heel korte tijd. De temperaturen stijgen wel steeds verder en de zomers worden droger.

Een klassiek Hollands jaar bracht ooit regenbuien in het najaar en de winter, om de grondwatervoorraad aan te vullen voor de drogere zomerperiode. Tijdens de droge voorjaren van nu zakt dat water eerder op.

Als de zon dan op een droge bodem schijnt, stijgen de temperaturen snel. Zo’n kurkdroge en warme bodem kan slecht water opnemen. Vergelijk het met wat er gebeurt als je water op een ingedroogde, harde spons giet: de druppels rollen er zo vanaf.

Het water kan er niet intrekken. En dus ook niet in de tuinbodem, wat de groei van het leven in en op die bodem belemmert. Dat is een aanslag op alle wezens die van de bodem en de daarin groeiende planten afhankelijk zijn voor hun voedsel, veiligheid en voortplanting, inclusief de mens.

Wil je zien hoe Katja een natuurlijke vijver aanlegt in haar klustuin?

Katja koppelt haar regenpijp af en maakt van haar tuin een regenspons Een vogelbad met kiezels


Waarom een droge bodem regen slecht opneemt

De fikse moessonachtige buien van tegenwoordig en de lange, echt warme periodes of zelfs hittegolven hebben met van alles te maken. Met de opwarming van de aarde en met veranderende windrichtingen en de straalstroom, lucht die van west naar oost vloeit.

Als een hogedrukgebied daarin terechtkomt, blijft dat langer hangen en is het langduriger droog. Gemiddeld valt er nog ongeveer evenveel regen als dertig jaar geleden, alleen in andere hoeveelheden: een enorme sloot in een heel korte tijd. De temperaturen stijgen wel steeds verder en de zomers worden droger.

Een klassiek Hollands jaar bracht ooit regenbuien in het najaar en de winter, om de grondwatervoorraad aan te vullen voor de drogere zomerperiode. Tijdens de droge voorjaren van nu zakt dat water eerder op.

Als de zon dan op een droge bodem schijnt, stijgen de temperaturen snel. Zo’n kurkdroge en warme bodem kan slecht water opnemen. Vergelijk het met wat er gebeurt als je water op een ingedroogde, harde spons giet: de druppels rollen er zo vanaf.

Het water kan er niet intrekken. En dus ook niet in de tuinbodem, wat de groei van het leven in en op die bodem belemmert. Dat is een aanslag op alle wezens die van de bodem en de daarin groeiende planten afhankelijk zijn voor hun voedsel, veiligheid en voortplanting, inclusief de mens.

Katja koppelt haar regenpijp af en maakt van haar tuin een regenspons Haal tegels weg, plant groen


Praktische tips voor jouw hemelwatertuin

1. Haal tegels weg, plant groen

Tegel eruit, plant erin! Daardoor blijft de bodem veerkrachtig, want die wordt bedekt en doorworteld door mals groen. Waar planten groeien, is het altijd een stuk koeler en vochtiger.

Daarnaast kun je het hemelwater optimaal benutten door de regenpijp af te koppelen, een wadi te maken, een vijver aan te leggen en een regenton neer te zetten.

2. Maak paden waar water doorheen kan

Om op zo veel mogelijk plekken water in de grond te laten zakken, leg ik paadjes aan van stukken grindtegel met brede voegen ertussen. Ook haal ik her en der tegels uit paden en strooi grind in de ontstane openingen.

Verder heb ik schorspaden bij mijn moestuinbakken aangelegd. In de voor- en achtertuin liggen graspaden die ik af en toe maai met een kantenmaaier, maar niet te kort.

3. Gebruik mulch: het gouden dekentje

Mulch bestaat uit stukjes organisch materiaal, bijvoorbeeld bladeren, bloemen, takjes, grasmaaisel en houtsnippers. Ik strooi het over kale bodemplekjes: mulchen. Zo’n organisch dekentje helpt om vocht in de bodem te houden en voorkomt verschraling van het bodemoppervlak door zon en wind.

Omdat ik voorlopig nog niet zo veel mulchmateriaal heb, gebruik ik versnipperd snoeiafval, houtkrullen van een zagerij en maaisel van mijn graspaden als mulch voor de borders. Ook zomaar opkomende inheemse planten op de verkeerde plek – ook wel bekend onder de naam onkruid – zijn perfect mulchmateriaal.

4. Plaats een regenton (optioneel én gezellig)

Een regenton is ideaal voor het bewateren van potten en jonge aanplant tijdens droge periodes. Mijn houten wijnvat met koperen kraantje staat niet alleen praktisch, maar ook ontzettend knus. Let wel: een regenton raakt tijdens lange droogte snel leeg, dus combineer dit met andere wateropvangsystemen.

5. Leg een wadi aan

Wadi staat technisch voor Water Afvoer Drainage en Infiltratie en is tegelijkertijd een Arabische naam voor een droogvallend rivierdal. In tuintaal gaat het om een verlaagd deel waar water in kan stromen en langzaam wegzakken: een plek die droog is in droge tijden en drassig in natte periodes.

Met een wadi kun je het grondwater aanvullen en bovendien iets toevoegen aan de biodiversiteit. Allerlei vochtminnende planten en dieren voelen zich thuis in de biotoop die erin en rondom ontstaat. Vaak komen die soorten er vanzelf op af.

Zo leg je een wadi aan: je maakt het door regenpijpen af te koppelen en het water via greppeltjes, grindpaden of dakpannen richting de laagste plek te leiden. Daar ontstaat een minibiotoop waar vochtminnende planten en dieren zich thuis voelen.

Katja koppelt haar regenpijp af en maakt van haar tuin een regenspons Citroenvlinder op kattenstaart


6. Leid het regenwater door de tuin

In een tuin maak je het beste een wadi door een of meer regenpijpen af te koppelen. Dat zijn de waterbronnen. Vanaf de bron leid je het water liefst over een zo lang mogelijk traject door de tuin. Als je de ruimte hebt, maak je daar een soort knikkerbaan van, met allerlei tussenstappen.

Dat kan in de vorm van een greppeltje of een grindgootje. Of je gaat creatief aan de slag met een stelsel van grindgoten en greppels, omgekeerde dakpannen of een brede gemetselde geul. Je kunt er zelfs bruggetjes overheen leggen met grote tuintegels.

Deze korte of lange waterbaan laat je uitkomen op de laagste plek in je tuin. Hoe langer de route, hoe minder water die plek uiteindelijk hoeft te bergen, want onderweg sijpelt al heel wat in de bodem.

7. Test eerst waar het water heen stroomt

Er bestaan allerlei rekenmethodes om te ontdekken hoeveel water er via de regenpijp van je dak de tuin in stroomt, maar een praktijktest werkt het beste. Bepaal een begin- en eindpunt en laat met een tuinslang of een flinke gieter water stromen. Kijk hoe het water van nature zijn weg zoekt.

Doe dat bij voorkeur ook vlak voor een goede regenbui. Koppel de regenpijp tijdelijk af en kijk tijdens de bui wat er gebeurt. Gaat het niet goed, dan kun je de regenpijp weer eenvoudig herstellen of de route aanpassen.

Zakt het water te snel weg, dan kun je de bodem bijvoorbeeld met leem afdichten. Houd er ook rekening mee dat geultjes bij sterke watertoevoer op den duur kunnen dichtgroeien.

Om wateroverlast of ongewenste overstromingen te voorkomen, kun je een tweede overloopmogelijkheid maken of het water richting een bestaande put leiden.

Katja koppelt haar regenpijp af en maakt van haar tuin een regenspons Tuincoach Karien koppelt de regenpijp af


Zo koppelden we de regenpijp af

Karien van Rijst uit Den Bosch is tuincoach en komt me helpen met mijn wadi en het afkoppelen van de regenpijp. Daarvoor heeft ze een zaag nodig en een minigeultje.

“We gaan eerst bekijken waar het water uit de regenpijp de tuin inloopt. Het zal zijn weg altijd zoeken naar de laagste plekken. Water stroomt immers naar beneden. In de praktijk blijkt op die plekken het langst water te staan.”

Regenpijp afkoppelen klinkt technischer dan het is. Karien laat het zien. “Het gaat simpelweg als volgt: je zaagt een stuk regenpijp af, zodat het regenwater niet meer het riool, maar de tuin inloopt. Het is van belang dat de pijpopening van de muur af steekt, want je wilt geen sijpelend vocht in de muur. Plaats er daarom een uitloopstuk op dat naar buiten wijst.”

Wij zetten er een regenpijpstuk met een bocht van 45 graden op. Dat hangt boven een oude nokpan die we schuin tegen een paar bakstenen hebben gezet.

Met de gieter testen we of het water wel de juiste kant op loopt: de tuin in en niet tegen de gevel aan. Dat is even puzzelen en wrikken en nog een baksteen erbij stoppen. De pijp in de grond naar het riool dekken we af met een stoeptegel.

Daarna heb ik een ‘knikkerbaan’ aangelegd naar het laagste punt en die plek nog wat uitgediept. Aan de ene kant van de waterloop ligt een hogere border, gemaakt van de aarde die vrijkwam bij het graven van de vijver.

Aan de andere kant heb ik een grindstrandje aangelegd. Tussen het grind heb ik speenkruid en kattenstaart geplant en ik ben razend nieuwsgierig naar de spontane planten die dit ook een geschikt vestigingsklimaat vinden.

Let hierop bij het afkoppelen

  • Controleer de functie van de regenpijp. Regenpijpen kunnen behalve waterafvoer ook een rol spelen bij de beluchting van het riool. Als je de regenpijp afkoppelt, kan daardoor rioollucht in of bij het huis ontstaan. Er bestaan hulpstukken die deze beluchtingsfunctie behouden. Zoek bijvoorbeeld op ‘afkoppelset regenwater’ of ‘stankafsluiter’.
  • Leid het water van het huis af. Laat de regenpijp ver genoeg van de gevel uitkomen, zodat vocht niet in de spouwmuur kan trekken.
  • Zorg voor een veilige overloop. Graaf eventueel onder de uitloop een speciekuip, emmer of ton in. Die kan vollopen als minivijver en bij een regenbui overstromen richting een border of wadi.
  • Let op kabels en leidingen. Houd er bij het graven rekening mee dat er kabels door de tuin kunnen lopen.
  • Gebruik zo nodig een regenwaterklep. Daarmee kun je het water bij langdurige zware regen tijdelijk naar het riool sturen.
  • Vraag deskundig advies wanneer het water niet goed wegloopt. Een ecologische hovenier met kennis van de lokale bodem, het grondwaterpeil en de hoogtes in je tuin kan helpen.
Katja koppelt haar regenpijp af en maakt van haar tuin een regenspons Dauw op vrouwenmantel


Een regenton is niet altijd genoeg

De regenton is het nieuwe insectenhotel. Het is momenteel trendy om zo’n ding te plaatsen. Dat is goed voor de bewustwording van klimaatverandering en de daarbij horende hoosbuien, en educatief voor kinderen, maar een regenton is niet noodzakelijk.

Tijdens echt lange, droge periodes raakt de ton namelijk snel leeg, zeker bij grotere tuinen. Dan heb je er maar weinig aan.

Wil je toch een regenton, kijk dan eerst welk type past op de plekken waar je een regenpijp hebt en waar het logisch is om er een te plaatsen. In kleine tuinen, een dichtbebouwde omgeving of een wat oudere wijk is het soms zoeken naar de juiste plek en de daarbij passende ton.

Een regenton werkt vooral goed als onderdeel van een groter systeem waarin je regenwater ook de bodem in laat trekken.

Nog meer manieren om water vast te houden

Maak een dauwtuintje

Maak gebruik van vegetatielagen van hoog naar laag. Zorg voor hogere en lagere beplanting met veel blad waaraan dauw blijft hangen.

Zo behoud je vocht in de borders, wordt de luchtvochtigheid van je tuin hoger en vertraagt de verdamping. Ook kun je schaduwzones creëren met grote planten, struiken en bomen, of met een bouwwerk van levende takken, zoals wilg en hazelaar.

Zet een vogelbad neer

Vogels hebben, zeker in een warme zomer, extra water nodig om niet uit te drogen. Je helpt ze door op een veilige plek bij een struik of op een verhoging – zodat katten er niet bij kunnen – vers water aan te bieden in een ondiepe schaal of een bloempotonderzetter.

Vogels gebruiken zo’n waterreservoir om te drinken, te badderen, hun verenpak op orde te houden en af te koelen.

Leg je een steen in het water, dan zul je zien dat er ook insecten komen drinken. En het is een prachtig gezicht.

Vang ook ander schoon water op

Spaar water door in een bak met deksel het water te verzamelen dat je binnen- en buitenshuis opvangt in emmertjes en gieters.

Denk aan regenwater, maar ook aan schoon keukenwater of douchewater zonder zeep.

Katja koppelt haar regenpijp af en maakt van haar tuin een regenspons Een vogelbad


Katja's klustuin

Met het Groei & Bloei Tienpuntenplan voor klimaatvriendelijk tuinieren onder de arm gaat groenjournalist en tuinboekenschrijver Katja Staring van haar nieuwe saaie tuin een plek vol leven maken.

Ook lezenswaardig: hoe leg je een natuurlijke vijver aan? Katja zocht het uit en legt het aan.

Afbeelding

Het Groei & Bloei Tienpuntenplan voor klimaatvriendelijk tuinieren

Tuinieren met respect voor de natuur en het klimaat? Alle tuinen van Nederland vormen samen één grote groene oase en daarmee kan iedere tuinier een belangrijke bijdrage leveren aan het tegengaan van klimaatverandering.

#1 voed de bodem en spit liever niet

  • Schimmels, bacteriën en bodemdiertjes zorgen voor een gezonde bodem. Planten krijgen daarin een goede start en zijn weerbaarder tegen ziekten.
  • Spit zo min mogelijk, zo houd je de bodemstructuur in tact wat belangrijk is voor toe-en afvoer van water & voedingsstoffen.