Afbeelding Hoe kweek ik knolvenkel?

Hoe kweek ik knolvenkel?

Knolvenkel heeft een sterke anijsachtige smaak en is zowel rauw als gekookt lekker. Je oogst niet alleen de knol, ook het fijn geveerde blad is eetbaar, en laat je de plant doorschieten dan kun je later de zaden gebruiken in thee of marinades. Volgens moestuinexpert Diana Stek zit het verschil vooral in het juiste zaaimoment: zaai in maart, juni of in september/oktober.

tekst Diana Stek
datum 30-07-2018
update 26-04-2026

Wanneer zaai ik knolvenkel?

Zaai venkel bij voorkeur niet te vroeg en ook niet midden in de zomer. Zaai in maart of begin juli. Vroeg gezaaide knolvenkel kun je oogsten in juni, dus vlak voor de warmste maanden. Later gezaaide venkel oogst je juist in september of oktober.

Op die manier vermijd je de warmste periode, waarin knolvorming vaak mislukt door doorschieten.

Standplaats en bodem

Je kunt venkel direct in de volle grond zaaien, maar voorzaaien in een potje gaat ook goed. In het voorjaar kun je de zaailingen binnen opkweken, bijvoorbeeld op een lichte en koele plek zoals een onverwarmde slaapkamer.

Zaai je in juni of juli, dan kun je beter direct buiten zaaien, omdat de temperatuur dan hoog genoeg is voor een snelle kieming.

Knolvenkel groeit het best op een zonnige of licht beschaduwde plek in een luchtige grond die voldoende vocht vasthoudt. In droge grond is de kans groter dat de plant doorschiet in plaats van een knol vormt.

Zo zaai je knolvenkel

  1. Zaai 2 tot 3 zaadjes per potje voor.
  2. Gebruik daarvoor potgrond die je luchtiger maakt door er een vijfde deel grof zand door te mengen, of gebruik zaai- en stekgrond.
  3. Dek de zaadjes af met maximaal 0,5 centimeter grof zand of potgrond/zandmengsel. 
  4. De zaden kiemen, mede afhankelijk van de temperatuur, binnen 1 tot 2,5 week. 
  5. Als de zaailingen ongeveer 3 centimeter groot zijn kun je de minst gezonde zaailing(en) weghalen zodat 1 zaailing (de grootste en sterkste) overblijft.
  6. Je kunt dat doen door de zaailingen die je weg wilt halen tussen duim en vinger zo dicht mogelijk bij de grond af te knijpen, maar makkelijker is het nog om met een nagelschaartje de zaailingen die je niet wilt houden weg te knippen. 

Water geven en ruimte houden

Geef de zaailingen regelmatig water, ze mogen natuurlijk niet kletsnat staan, maar uitdrogen zorgt ervoor dat de planten later snel doorschieten, nog voor ze een goede knolvenkel hebben kunnen maken.
Als de zaailingen ongeveer 4 centimeter groot zijn kun je ze uitplanten in de volle grond.

Zorg voor een minimale afstand van 15 tot 20 centimeter tussen 2 zaailingen. 

Voeding en groei

Knolvenkel heeft een gemiddelde hoeveelheid voeding nodig. In de volle grond geef je ongeveer twee weken voor het uitplanten wat algemene moestuinvoeding, bij voorkeur met extra kali, volgens de aanwijzingen op de verpakking.

Je kunt venkel ook in een pot telen, maar dat is minder gemakkelijk. Door de warmte van de pot droogt de grond sneller uit en dat vergroot de kans op doorschieten. In de volle grond lukt het doorgaans beter om een goede knol te krijgen.

Oogst van knolvenkel

De knol groeit deels boven de grond, waardoor je goed kunt zien wanneer ze groot genoeg is om te oogsten. Dat is meestal wanneer de knol ongeveer 10 centimeter groot is.

Je kunt de knol eenvoudig oogsten door haar aan het loof uit de grond te trekken. Snijd na de oogst het groene loof van de knol af.

De dikke stengels kun je gebruiken als smaakmaker in soepen en sauzen. Het fijne blad is geschikt als garnering. Zonder loof blijft de knol nog 2 tot 3 dagen goed in de koelkast.


Over Diana Stek

Diana Stek is moestuinexpert, auteur en de drijvende kracht achter de website Diana’s Mooie Moestuin, waar ze praktische en gedetailleerde teeltinformatie deelt. Ze staat bekend om haar heldere uitleg en grote rassenkennis. In samenwerking met Groei & Bloei maakte ze twee zaaikalenders en schrijft ze artikelen over moestuinieren en natuurlijke teelt.

Afbeelding

Het Groei & Bloei Tienpuntenplan voor klimaatvriendelijk tuinieren

Tuinieren met respect voor de natuur en het klimaat? Alle tuinen van Nederland vormen samen één grote groene oase en daarmee kan iedere tuinier een belangrijke bijdrage leveren aan het tegengaan van klimaatverandering.

#1 voed de bodem en spit liever niet

  • Schimmels, bacteriën en bodemdiertjes zorgen voor een gezonde bodem. Planten krijgen daarin een goede start en zijn weerbaarder tegen ziekten.
  • Spit zo min mogelijk, zo houd je de bodemstructuur in tact wat belangrijk is voor toe-en afvoer van water & voedingsstoffen.