tekst Elbrich Fennema
update 11-07-2026
Van slangenradijs kun je nu zaad bestellen
Radijsjes (Raphanus sativus var. radicula) behoren tot de eerste groentes die je in een nieuw seizoen kunt zaaien. Radijs zaaien is niet ingewikkeld. Bovendien kun je er na zes tot acht weken al van oogsten. Dat klinkt als een droomgewas voor ongeduldige tuiniers: ver voor ijsheiligen gezaaid, geoogst en opgegeten.
Inderdaad is het een klein wonder, het tempo waarmee radijs groeit. Binnen een week tot tien dagen steken moedige kiempjes boven de aarde. Toch is het nog een hele kunst om succesvol radijsjes te telen. Het lastigste is de smalle bandbreedte voor de timing van een geslaagde oogst.
Radijs doorschieten: zo ga je ermee om
Je zou misschien denken dat het levensdoel van een radijs het vormen van mooie radijsjes is, maar de radijs zelf denkt daar anders over. Als hij een rozet met blaadjes heeft gevormd en een mooi ondergronds knolletje waarmee hij de bovengrondse groei gaande kan houden, maakt een radijs vervolgens een steeltje, bloemen en daarna zaaddoosjes.
In tuindersjargon heet dit proces 'doorschieten'. Dat betekent dat het heerlijk sappige knolletje zijn krachten gaat aanwenden voor het produceren van nageslacht. En dat is slecht nieuws voor de smaak van het knolletje: het wordt vezelig, voos of allebei.
Het ultieme moment om radijs te oogsten is dus vlak vóór het doorschieten. Dit is zo'n aanwijzing waar de teleurstelling of frustratie bij voorbaat zit ingebakken: je weet nooit of je het goed hebt gedaan. Misschien hadden je radijsjes nog best wat dikker kunnen worden voordat ze zouden zijn doorgeschoten, maar dat zul je nooit weten, want je hebt ze al geoogst. Als ze daarentegen doorschieten, dan zit je zéker fout.
Er zijn enkele oplossingen om dit dilemma te omzeilen of te ondervangen, zonder meteen voor de drastische keuze te gaan om maar helemaal geen radijsjes te telen.
Wat helpt, is je gevoel voor dankbaarheid in te zetten. Onderdruk de drang naar meer en groter en wees blij met elk bosje ondermaatse, rode knikkertjes. Want dat is nog altijd verre te prefereren boven een bosje aangevreten, taaie, voze schaduwen van wat ooit radijsjes waren. Heb je zo'n bosje geoogst, dan is het iets minder makkelijk te benoemen waar je dankbaar voor kunt zijn.
Gelukkig is er ook nog een andere strategie: het telen van slangenradijs (Raphanus caudatus). Slangenradijs is een radijssoort waarvan je de zaaddozen eet in plaats van de knolletjes.
Slangenradijs: plussen en minnen
Gewone radijs mag je niet laten doorschieten, slangenradijs moet je juist laten doorschieten. Het timing-probleem is daarmee van tafel.
Plussen
- Geen oogstdilemma: je ziet precies wanneer de zaaddozen zich vormen.
- Eén plant levert tientallen tot honderden zaaddozen. Je kunt plukken en proeven zonder de hele plant kwijt te zijn.
- De plant blijft maar produceren. Ondermaatse peulen smaken prima, en er komen er altijd meer.
- Smaak als radijs: fris, pittig en scherp, maar de peul ziet eruit als een naaldboontje.
- Lang productief: geen nieuw rijtje elke tien dagen.
- Voorzaaien kan, in tegenstelling tot gewone radijs. Twee of drie planten groeien uit tot heuphoge planten (stutten wel nodig).
Min
- Geen roodgerande witte plakjes. Wie dat mist maar toch geen last wil hebben van doorschieten: teel het ras 'Riesenbutter', dat is minder gevoelig voor doorschieten en levert dikke, lekkere radijzen.