Zelf inheemse havikskruiden zaaien
Wilde planten, die zet je toch niet in je tuin? ‘Juist wel!’, zegt kweker Marijke Akerboom. ‘Planten die hier van nature thuishoren zijn heel waardevol omdat ze veel insecten en ander leven aantrekken.
Bovendien zijn ze vaak prachtig, maar omdat we ze in de natuur bijna niet meer tegenkomen, zijn we dat vergeten.’ Dat moet veranderen, vindt Marijke. In deze aflevering tipt ze vier interessante havikskruiden. En je kunt ze in onze webshop direct kopen om zelf te zaaien.
Insecten kiezen voor geel
Zelf heb ik heel veel gele planten in de tuin, van voorjaar tot najaar. Het ziet er vrolijk en zonnig uit en kan een saai of donker hoekje enorm opfleuren. En niet alleen voor mij is geel een welkome kleur in de tuin. Veel insectensoorten kiezen ook voor geel. Een groot aantal gele bloemen hoort bij de familie van de composieten. Dat betekent dat één bloem bestaat uit heel veel afzonderlijke bloemetjes. Een voorbeeld is de paardenbloem. Elk geel sprietje van deze bloem is een zelfstandig bloemetje, met een eigen stampertje en stuifmeeldraden, die zorgen voor nectar en stuifmeel voor insecten. Paardenbloemen worden door tuinbezitters vaak als onkruid gezien en uitgestoken voordat ze tot bloei kunnen komen. Dat is jammer, want de paardenbloem bloeit al vroeg in het jaar en is daarom een van de belangrijkste planten voor insecten.
Ook alle havikskruiden, en dat zijn er heel veel, behoren tot de gele composieten. Een aantal daarvan zijn goed toepasbaar in een tuin.
Uit: Groei & Bloei maart 2025
Tekst: Marijke Akerboom, beeld: iStock
1. Weidehavikskruid voor vlinders, bijen en zweefvliegen
Foto zie boven
Een bijzondere keus voor de tuin is het weidehavikskruid (Pilosella caespitosa). In juni en juli bloei deze plant met heel veel citroengele hoofdjes op lange stengels die ontspruiten uit een harige rozet. Een aantrekkelijke plant die het op veel plaatsen in de tuin doet, als het maar niet te droog is. Aan de rand van een border komt ze goed tot haar recht. Allerlei soorten insecten bezoeken de bloemen om nectar te drinken. Vlinders, bijen, maar ook veel soorten zweefvliegen.
Bestel direct
2. Oranje havikskruid, goede bodembedekker
Een plant die veel lijkt op het weidehavikskruid, is het oranje havikskruid (Pilosella aurantiaca). De bloemen zijn niet geel maar oranje en de plant is bij veel mensen wel bekend. Oorspronkelijk komt deze plant uit de Europese berggebieden, maar ze wordt nu ook bij ons als inheems beschouwd. Het is een fantastische bodembedekker die het eigenlijk overal doet op een zonnige plek, zowel in een vrij droge zanderige tuin, als in vochtige klei. Het is ook een goede plant om in potten of plantenbakken te zetten of om te gebruiken op een groen dak. Steeds als je denkt dat de plant echt uitgebloeid is, verschijnen er toch weer nieuwe oranje bloemetjes. Vlinders, zweefvliegen en wilde bijen bezoeken haar graag.
Bestel direct
3. Boshavikskruid voor late bloei
Het boshavikskruid (Hieracium sabaudum) is een goede plant voor (half)schaduw en vochtige grond. Afhankelijk van de omstandigheden kan ze 30 tot 120 centimeter hoog worden. Dit havikskruid bloeit veel later. Pas in augustus komen de bloemen en ze kan wel tot oktober doorbloeien. Dat is fijn voor de insecten die pas laat in de zomer vliegen. In veel tuinen zijn er laat in de zomer weinig bloemen meer te vinden, maar in mijn tuin zorg ik ervoor dat er van februari tot in oktober van alles bloeit. Vlindersoorten die als vlinder overwinteren, zoals de dagpauwoog of de kleine vos, proberen in het najaar nog zo veel mogelijk nectar te eten, zodat ze goed gevuld hun winterslaap in gaan. De late bloemen van het boshavikskruid helpen hen daarbij.
Bestel direct
4. Muizenoortje voor een zonnige plek
Een goede bodembedekker voor een plekje in de zon is het muizenoortje (Pilosella officinarum), ook een lid van de havikskruidfamilie. Als je de zachte blaadjes voelt, begrijp je direct waar de naam vandaan komt. De gele bloemetjes blijven laag en bloeien in de zomer, maar als je de uitgebloeide bloemetjes verwijdert, kan ze zelfs tot november doorbloeien. Het muizenoortje houdt van warmte en zon en je kunt de plant daarom ook goed in potten en plantenbakken zetten of gebruiken in een rotstuin.
Veel insecten komen voor de nectar en een aantal nachtvlinders gebruikt de muizenoor om er eitjes op te leggen. De kleine roetbij gebruikt juist het stuifmeel van de plant. Ze neemt dat mee naar haar nestcellen in de grond als voedsel voor haar toekomstige kinderen. Het is prachtig om te zien hoe die kleine zwarte bijtjes zich rond en rond wentelen in het stuifmeel, zodat er zo veel mogelijk aan hun haren blijft plakken. Je krijg bijna zin om mee te rollen! ’s Nachts of als het regent, gaan de bloemetjes dicht. Voordat ze zich helemaal gesloten hebben, kruipt de kleine roetbij in een bloemhoofdje om er in te schuilen of slapen. Wachtend tot de zon weer schijnt.