Het belangrijkste is dat de omgeving niet te netjes is. Huismussen huppen op de grond rond, zoekend naar voedsel, en zijn daarbij gebaat bij wat rommel, zoals gemorst graan.
Mussen zijn zaadeters, ze voeden zich met zaden, bloemknoppen, knoppen, brood, bessen, pinda's vetbollen en insecten, die laatste vooral voor de eiwitten voor de jongen. Het nest wordt gemaakt in boomholtes, nestkasten, gaten en kieren van gebouwen, en onder dakpannen. Ze gebruiken takjes, stro, veertjes en hondenharen.
Om de huismus te helpen moet u vooral uw tuin niet te netjes houden: struiken, onkruid, lang gras en rommel bieden plek aan insecten en geven bescherming, kruimels van een buiten uitgeschud tafelkleed vormen een lekker hapje. Bijvoeren kan met zaden, bruin brood, vetbollen en pinda’s. Een drinkschaal geeft drink- en baddergelegenheid. Om nestelmogelijkheden te creëren kunt u ruimte maken onder de dakpannen, speciale mussendakpannen plaatsen, mussen- of spreeuwenpotten of speciale mussennestkasten ophangen.
Huismus
De huismus hoort bij het straatbeeld, maar is de laatste twintig jaar sterk in aantal afgenomen. Ze staan dan ook op de rode lijst en er is door de Vogelbescherming een speciaal actieplan voor de huismus gepresenteerd.
Het Groei & Bloei Tienpuntenplan voor klimaatvriendelijk tuinieren
Tuinieren met respect voor de natuur en het klimaat? Alle tuinen van Nederland vormen samen één grote groene oase en daarmee kan iedere tuinier een belangrijke bijdrage leveren aan het tegengaan van klimaatverandering.
#1 voed de bodem en spit liever niet
- Schimmels, bacteriën en bodemdiertjes zorgen voor een gezonde bodem. Planten krijgen daarin een goede start en zijn weerbaarder tegen ziekten.
- Spit zo min mogelijk, zo houd je de bodemstructuur in tact wat belangrijk is voor toe-en afvoer van water & voedingsstoffen.