De overige maanden, het broedseizoen, brengt hij door in de naaldbossen van Scandinavië.
De koperwiek voedt zich met insecten, wormen en slakken tijdens de broedtijd, maar in het najaar en de winter vooral met zaden en bessen (duindoorn, hulst, lijsterbes en kardinaalsmuts). Je ziet ze dan ook vaak in groepjes op besdragende struiken. Waar je zelf niet blij mee bent, maar de koperwiek wel, is rottend fruit: een echte traktatie voor in de tuin!
Foto: Martin Hierck