Putter

Van nature houdt de putter van enigszins open gebieden, zoals bosranden. Nu is het vogeltje zich aan het aanpassen aan door de mens gemaakte landschappen, zoals boomgaarden en parken.

Ook in de tuin komt de putter vaker voor. Waar putters absoluut niet buiten kunnen, zijn de zaden van distels, asters, margrieten en dergelijke. Snoei deze dus niet af als ze uitgebloeid zijn. In de winter kun je ze bijvoeren met zaden, vetbollen en pindanetjes.
De putter broedt twee tot drie keer per jaar een nest met 4 tot 6 eieren uit, in een nest wat vaak in een struik of tegen een boomstam wordt gemaakt. De jongen worden bijgevoerd met insecten.

Foto: Martin Hierck

Afbeelding

Het Groei & Bloei Tienpuntenplan voor klimaatvriendelijk tuinieren

Tuinieren met respect voor de natuur en het klimaat? Alle tuinen van Nederland vormen samen één grote groene oase en daarmee kan iedere tuinier een belangrijke bijdrage leveren aan het tegengaan van klimaatverandering.

#1 voed de bodem en spit liever niet

  • Schimmels, bacteriën en bodemdiertjes zorgen voor een gezonde bodem. Planten krijgen daarin een goede start en zijn weerbaarder tegen ziekten.
  • Spit zo min mogelijk, zo houd je de bodemstructuur in tact wat belangrijk is voor toe-en afvoer van water & voedingsstoffen.