Afbeelding Snoeien voor bijen: zo snoei je insectvriendelijk

Snoeien voor bijen: zo snoei je insectvriendelijk

Een tuin vol bijen, vlinders en vogels begint niet alleen bij wát je plant, maar net zo goed bij hóe je snoeit. Ecoloog en tuinontwerper Wankja Ferguson laat zien dat een paar kleine aanpassingen in je snoeiwerk insecten volop plek geven om te nestelen en te schuilen, zonder dat je tuin er rommelig van wordt. Haar vier tips voor insectvriendelijk snoeien.

tekst Wankja Ferguson
update 10-06-2026

Waar nestelen bijen eigenlijk?

Veel mensen hebben een bijenhotel, en als het goed is nestelen er allerlei solitaire bijen in de tuin: rosse metselbijen, behangersbijen, het tronkenbijtje. Maar van nature nestelen die bijen in de holtes van takjes en twijgen, en in de holle stengels van planten als koningskaars en fluitenkruid.

De wand van zo'n tak of stengel kunnen ze zelf niet openknagen; daarvoor hebben ze grazers nodig. Knabbelt er een ree, konijn of geit aan de takken, dan blijven er afgeknaagde, open uiteinden achter, en dáár grijpen de bijen hun kans. In je tuin neem jij met de snoeischaar de rol van grazer over.

Tip 1: laat kapstokken staan

"Knip een tak altijd af bij een knoop, laat geen kapstok staan." Je leest het in elk snoeiboek, en zo zijn we gewend om bijvoorbeeld een vliertak af te knippen bij een knoop, de plek waar een nieuwe scheut ontspringt. Maar voor bijen zijn juist die kapstokjes, de afgeknaagde stukjes die grazers in allerlei lengtes achterlaten, veel beter. Kapstokken zijn dus gewenst.

Knip je een tak af, kies dan bij voorkeur een die op het zuiden is gericht. En hoe langer de kapstok, dus hoe dieper de nestgelegenheid, hoe beter. Bramenstengels zijn helemaal ideaal, want die hebben geen knopen: de bij kan er tot op elke gewenste diepte in nestelen. Snoei je bramen in het voorjaar dus niet allemaal tot op de grond, maar laat een aantal stengels van zo'n 50 tot 60 centimeter staan.

Net als in een bijenhotel vult het bijtje die holle stengels met nestmateriaal. De rosse metselbij gebruikt klei of leem voor de tussenwandjes, het tronkenbijtje hars en steentjes, bladsnijderbijen vullen ze met blaadjes en de grote wolbij met plantenharen. Zelfs het merg uit bramenstengels wordt benut.

Heeft een bij eenmaal eitjes gelegd in een holle stengel of twijg, dan komt daar pas in de loop van het volgende jaar een nieuw bijtje uit. Gooi stengels die je in het voorjaar afknipt daarom niet weg: er zitten vaak nog larven en poppen in. Dat geldt voor allerlei stengels met een doorsnede van ongeveer 1,5 tot 10 millimeter; zelfs in dunne rozenstengels wordt genesteld.

Heb je stengels afgeknipt, zet ze dan rechtop in een bundeltje op een licht beschaduwde plek, zodat de bijtjes kunnen uitvliegen.

Snoeien voor bijen: zo snoei je insectvriendelijk Hoe langer de 'kapstok', hoe beter

Tip 2: snoei niet alles tegelijk

Veel struiken worden tot strakke bolletjes of hagen geknipt, en dat gaat vaak ten koste van bloemen, vruchten en zaden. Snoei je daarentegen zo dat je losse struiken houdt die blijven bloeien én vrucht dragen, dan stel je bijen, zweefvliegen, vlinders en vogels tevreden. Snoeien kan dus prima, alleen niet alles tegelijk.

Haal van een struik elk jaar, of eens in de twee jaar, een paar oude takken weg om de plant ruimte te geven en niet uit zijn krachten te laten groeien; de overige takken laat je ongemoeid. Van een hazelaar laat je altijd een paar oudere takken staan, want jonge takken geven nog geen hazelnoten, een plezier voor eekhoorns en vogels. Het snoeihout hoef je niet af te voeren: stapel het op tot een takkenril, dan biedt ook dat weer onderdak aan allerlei dieren.

Tip 3: houd rekening met vlinders

Ook de overwinteringsfase van sommige vlinders is iets om rekening mee te houden. De sleedoornpage zet in augustus-september haar eitjes af in de oksel van een twee of drie jaar oude sleedoorntak. Snoeien is op zich goed, want zo houd je jonge takken, maar die eitjes overwinteren juist op de takken en pas in het voorjaar komen er rupsjes uit.

Omdat zulke eitjes nauwelijks te zien zijn, geldt ook hier: snoei gefaseerd. Knip elk jaar een aer deel wél en de rest niet. Eenzelfde verhaal geldt voor de eikenpage en de bruine eikenpage. En om de bessenglasvlinder te helpen, laat je een paar oude takken van een bessenstruik staan: knip je de top eraf, dan kan daarin een vlinderpop overwinteren of een bijtje nestelen.

Tip 4: spaar de wilg

Wilgen zijn een verhaal apart. Negen soorten wilde bijen zijn voor hun stuifmeel volledig afhankelijk van de wilg, de zogenoemde stuifmeelspecialisten; de grijze zandbij, die in het voorjaar vliegt, is er een van. Nederland heeft van nature veel verschillende wilgensoorten, en dat is mooi, want zo is er over een langere periode bloei.

Wilgen zijn bovendien tweehuizig: een boom draagt óf mannelijke bloemen, die veel stuifmeel geven, óf vrouwelijke, die nectar leveren. De specialisten zijn met allebei blij, en met die verschillende soorten is de bloei mooi gespreid. Solitaire bijen vliegen lang niet zo ver als honingbijen: vaak niet meer dan zo'n 500 meter, en de kleinste soorten zelfs maar 150 meter.

Ze nestelen daarom in de grond vlak bij een wilg en hebben elk jaar opnieuw stuifmeel nodig. Knot wilgen daarom gefaseerd, bijvoorbeeld één op de drie of vier bomen per jaar en de rest niet, zodat er elk jaar wilg in bloei staat.

Snoeien met oog voor de natuur

Insectvriendelijk snoeien is een van de mooiste manieren om je tuin levendiger te maken en bij te dragen aan de biodiversiteit. Wil je verder? Lees hoe je een vogelbosje aanlegt voor meer leven in je tuin.

Twijfel je over het juiste snoeimoment, download dan de gratis snoeikalender.

Over de auteur

Wankja Ferguson (vlindererbij.nl) is ecoloog, ontwerpt natuurrijke tuinen en geeft cursussen en workshops, onder meer over snoeien.

Afbeelding

Het Groei & Bloei Tienpuntenplan voor klimaatvriendelijk tuinieren

Tuinieren met respect voor de natuur en het klimaat? Alle tuinen van Nederland vormen samen één grote groene oase en daarmee kan iedere tuinier een belangrijke bijdrage leveren aan het tegengaan van klimaatverandering.

#1 voed de bodem en spit liever niet

  • Schimmels, bacteriën en bodemdiertjes zorgen voor een gezonde bodem. Planten krijgen daarin een goede start en zijn weerbaarder tegen ziekten.
  • Spit zo min mogelijk, zo houd je de bodemstructuur in tact wat belangrijk is voor toe-en afvoer van water & voedingsstoffen.