Stengelui ‘Red Beard’ heeft een roodpaarse onderkant en frisgroen loof.
tekst redactie Groei & Bloei
datum 16-03-2015
update 25-05-2026
Stengelui zijn fijne uien om zelf te zaaien. Ze blijven relatief smal, groeien vlot en je hoeft ze niet allemaal tegelijk te oogsten. In de video zie je Rob Herwig (1935 tot 2022), een van de bekendste Nederlandse tuinschrijvers. Zijn aanpak is praktisch en precies: gewoon laten zien hoe je het doet, zonder het ingewikkelder te maken dan nodig.
Stengelui, bosui of lente-ui?
Stengelui, bosui en lente-ui worden in spreektaal vaak door elkaar gebruikt. Formeel zit er wel verschil tussen. Stengelui (Allium fistulosum) is een eigen uiensoort die geen echte bol vormt, hoe lang je hem ook laat staan. Hij blijft recht en heeft holle bladeren.
Bosui is vooral de naam waaronder zulke jonge uien in bosjes worden verkocht. Vroeger ging het vaak om jonge, gewone uien (Allium cepa) die vroeg uit de grond werden gehaald. Lente-ui verwijst naar het moment van oogsten: jonge uien die vroeger vooral in het voorjaar verkrijgbaar waren.
In dit artikel gebruiken we de namen naast elkaar, omdat tuiniers er meestal hetzelfde mee bedoelen: smalle, jonge uien met fris loof en een zachte stengel. In de video zaait Rob Herwig stengelui ‘Red Beard’, een ras met een roodroze onderkant.
Stengelui zaaien in rijtjes
Maak eerst ondiepe rijtjes in de grond. Houd tussen de rijtjes ongeveer 15 centimeter afstand. Drie rijtjes is vaak al genoeg, zeker als je voor eigen gebruik zaait.
Tip van Rob Herwig: strooit eerst een beetje zaaigrond in de rijtjes. Dat is een handig trucje: zaaigrond is fijner van structuur en houdt water goed vast. Daardoor kiemt het zaad makkelijker.
Druk de zaaigrond licht aan voordat je gaat zaaien. Zo liggen de zaadjes straks mooi in contact met de vochtige grond.
Zaai ui niet te dicht
Het zaad van stengelui is gelukkig niet heel fijn, maar je moet wel opletten dat je niet te dicht zaait. Elk uitje heeft straks een paar centimeter ruimte nodig tot het volgende uitje.
Zaai je te dik, dan staan de jonge plantjes elkaar al snel in de weg. Dun zaaien scheelt later werk en geeft mooiere stengeluien.
Stengelui groeit in smalle rijtjes en heeft wat ruimte nodig om mooi uit te groeien
Dek de zaden dun af
Als de zaden in de rijtjes liggen, strooi je er een heel dun laagje zaaigrond overheen. Gebruik daarvoor dezelfde zaaigrond als in de rijtjes.
Druk de grond daarna licht aan. Dat kan met een plankje of gewoon voorzichtig met je hand. Het belangrijkste is dat de zaden goed contact maken met de grond eromheen.
Geef voorzichtig water
Na het zaaien is water geven de belangrijkste stap. De grond moet goed nat worden, maar je moet niet te hard sproeien. Dan spoelen de zaden weg of drijven ze op.
Beter is om rustig water te geven en later nog een paar keer terug te komen. Zeker bij warm en zonnig weer moet je de zaaiplek regelmatig opnieuw natmaken. De zaden mogen niet uitdrogen, want dan komt de kieming in gevaar.
Jonge uitplantjes
Stengelui oogsten
Als de stengeluitjes goed gegroeid zijn, kun je gaan oogsten. Ze hoeven niet allemaal tegelijk uit de grond. Trek eruit wat je nodig hebt en laat de rest nog even doorgroeien.
In de video laat Herwig zien dat de stengeluien mooi zijn gegroeid, al merkt hij op dat ze misschien iets te veel in de schaduw hebben gestaan. Dat maakt voor de smaak niet veel uit. Je oogst ze gewoon zodra ze groot genoeg zijn om te gebruiken.
Prei voorzaaien
Wil je ook prei voorzaaien? Bekijk dan hoe Rob Herwig prei zaait in een ruime pot en later uitplant in de volle grond.
Stengelui geoogst