Afbeelding Hoe kweek je sla? Het liefst een beetje koel

Hoe kweek je sla? Het liefst een beetje koel

Sla van eigen tuin is altijd erg lekker, vindt moestuinier Diana Stek. En tegenwoordig is er meer dan gewone groene kropsla; er is bindsla, eikenbladsla, krulsla, in groen, rood, of groen met rood gevlamd of gespikkeld. Bedenk wel dat je sla uit eigen tuin niet kunt bewaren, je eet haar het liefst direct na de oogst. Je zaait sla van half maart tot eind juli.

tekst Diana Stek
datum 06-07-2018
update 28-04-2026

Wanneer zaai ik sla?

Je kunt sla zaaien van half maart tot eind juli. In het voorjaar (maart-mei) gaat het vaak beter dan in de zomer, want bij warmte schieten veel slasoorten snel door en vormen ze minder goed een krop.

Koel zaaien, veel licht

Zaai de slazaadjes het liefst op een warme plek in huis. Daar kiemen ze binnen een week, maar worden ze ook snel lang en dun als ze te weinig licht krijgen. Zet de potjes daarom na het kiemen op een koelere en lichte plaats, bijvoorbeeld op een onverwarmde slaapkamer of zolder waar veel daglicht is.

Bij temperaturen rond de 15 graden kiemen de zaden nog steeds snel, maar groeien de plantjes compacter en steviger op.

Zo zaai je sla

  1. Je kunt sla in potjes of bakjes voorzaaien, gebruik er potgrond voor je die je wat luchtiger maakt door er een vijfde deel grof zand door te mengen, of gebruik zaai- en stekgrond.
  2. Sla is een ‘lichtkiemer’; de zaden hebben licht nodig om te kiemen. En dus bedek je de gezaaide zaden slechts heel dun, een laagje van 2 millimeter zand is voldoende.
  3. Je moet er dan wel extra goed op letten dat je de bovenlaag goed vochtig houdt, met zo weinig bedekking kunnen zaden wat makkelijker uitdrogen.
  4. Zaai in een potje van 5 x 5 centimeter niet meer dan 5 of 6 zaadjes, verspreid de zaadjes gelijkmatig over het oppervlak van het potje. 

Uitplanten en standplaats

Als de slazaailingen ongeveer 4 centimeter groot zijn kun je ze uit elkaar halen en buiten uitplanten. Maak daarvoor de grond in het potje zo nat mogelijk. Met je handen kun je nu heel voorzichtig de zaailingen uit elkaar halen, laat zoveel mogelijk worteltjes intact.

Plant elke zaailing die je los kunt halen van het kluitje direct uit in de volle grond. Laat tussen de slazaailingen onderling 35 centimeter ruimte zodat ze genoeg ruimte hebben om een volwassen krop te worden. En geef elke plantje direct na het planten ruim water.

Je kunt sla ook in potten telen. Gebruik dan een pot met een doorsnede van ongeveer 30 centimeter. Sla staat graag in halfschaduw en houdt van een licht vochtige grond; bij veel warmte en droogte schiet de plant sneller door.

Voeding en groei

Sla heeft voeding nodig om genoeg blaadjes te maken en een mooie krop te vormen. In potgrond zit voldoende voeding voor 8 weken, en daar heb je voldoende aan want ongeveer 10 weken na het zaaien kun je de sla al oogsten. In de volle grond kun je ongeveer 2 weken voor je de zaailingen uit gaat planten wat algemene moestuinvoeding geven volgens de aanwijzingen op de verpakking.  

Sla oogsten en vers houden

Sla uit eigen tuin laat zich vaak minder lang bewaren dan veel andere groenten, maar met de juiste aanpak blijft het verrassend lang goed. Je oogst een krop sla het liefst zo kort mogelijk voor het eten, maar dat hoeft niet altijd.

Als je direct gaat eten kun je de krop zo dicht mogelijk bij de grond met een mesje van de wortels afsnijden. Wil je haar later gebruiken, dan kun je de krop met wortel en al uit de grond trekken. Zet de krop overeind in een emmer met een klein laagje water en bewaar haar koel en donker

Je kunt de sla ook schoonmaken, wassen en in een afgesloten bak in de koelkast bewaren, of met wortel in een laagje water op het aanrecht zetten. Zo blijft ze meerdere dagen goed, zeker als je haar koel bewaart.

Slap geworden slablaadjes kun je ook opfrissen door ze een kwartiertje in ijskoud water te leggen.


Over Diana Stek

Diana Stek is moestuinexpert, auteur en de drijvende kracht achter de website Diana’s Mooie Moestuin, waar ze praktische en gedetailleerde teeltinformatie deelt. Ze staat bekend om haar heldere uitleg en grote rassenkennis. In samenwerking met Groei & Bloei maakte ze twee zaaikalenders en schrijft ze artikelen over moestuinieren en natuurlijke teelt.