Een nieuwe vijver? Giet er een emmer water uit een nabije sloot of vijver in: een ‘ent’ met lokale organismen.
tekst Katja Staring
beeld Katja Staring, Sandra Verkic
datum 22-04-2025
update 17-07-2026
Waarom een vijver zoveel leven aantrekt
Om zeven uur ’s ochtends hoor ik ineens gebons op de voordeur. Met een slaaphoofd hobbel ik de trap af. Ik zie een immense vrachtwagen op straat staan. “Goedemorgen”, roept de wakkere chauffeur, terwijl hij een flinke doos uitlaadt: mijn bestelling van Ubbink.
Die is bijna met geen mogelijkheid verder te tillen, zelfs niet met z’n tweeën, want er zit onder andere een loodzwaar vijvervlies in. Na het uitpakken van allerlei losse spullen ligt alleen dat zeil nog in de doos en weet ik dat met de chauffeur tot halverwege de oprit te slepen.
Tjonge jonge. Hóé krijg ik 100 kilo zeil naar en in de kuil die ik de afgelopen dagen zorgvuldig uitgroef?
Mijn hersenen kraken en ineens herinner ik me de mannen van de lokale natuurclub, van mijn dagje vrijwilligerswerk in het plaatselijke voedselbos. Via via weet ik ze te bereiken. En ze komen me helpen!
Leo Smulders, Marc Verkuijlen en Jos van de Westerlo van NMK Schijndel leggen het beschermingsvlies – een geweven onderlaag die voorkomt dat scherpe steentjes erdoorheen prikken – in mijn kuil en sjorren en vouwen het zeil erin. Samen kijken we hoe het water erin stroomt. Zo komt alles goed en kan ik zelf verder.
Katja krijgt hulp bij het leggen van het beschermingsvlies
Water geeft extra leven in een tuin
Want waarom wil ik nou per se een vijver? Water geeft extra leven in een tuin. Wolken, takken en bloemen weerspiegelen erin, de wind zorgt voor rimpelingen, de regen voor mooie kringen. Vogels, bijen, wespen en egels drinken ervan of badderen erin. Kikkers en salamanders vinden er een plek om te paren, eieren te leggen, te eten en te overwinteren.
Op een zonnige lentedag kruipen libellenlarven aan een rietstengel omhoog om zichzelf om te toveren tot beeldschone insecten. Daarnaast kun je in en rond water weer andere plantensoorten zetten dan in de rest van de tuin.
Bovendien lever je met een vijver een zinnige bijdrage aan de biodiversiteit. Poelen en andere moerassige gebieden staan onder druk, terwijl veel dieren zoals amfibieën, vogels en insecten die ‘natte natuur’ hard nodig hebben.
Voor wie bang is voor muggen: amfibieën vreten de muggetjes en larven op, net als slakkeneieren en babyslakjes. Neem geen vissen in je vijver, want die eten juist de eitjes en larven van die handige amfibieën.
Ook een kleine poel trekt dieren aan
Weinig ruimte? Ook een poel van een ruime vierkante meter is al geweldig. Ik legde zoiets aan in mijn vorige tuin, op dezelfde manier als mijn vijver nu.
Een maandje na de aanleg lag ik tijdens een heldere sterrenavond op mijn tuinbank naar de hemel te turen. Plotseling hoorde ik geritsel in het gras. Ik zette mijn zaklamp op de plek en zag een pad! Hij klauterde behendig over een steen en stoep, daar zat-ie, prinsheerlijk in het water.
De weken erna zag ik libellen, juffers en zweefvliegen over het water scheren, waterjuffers en merels aan de waterkant drinken en ook watertorren hadden hun weg naar de vijver gevonden. Dat is nou tuingeluk!
Heb je nog minder ruimte? Een zinken teil of een speciekuip voldoet ook.
Katja graaft de vijver uit
Wanneer kun je een vijver aanleggen?
Een vijver kun je het hele jaar door aanleggen, behalve als het vriest. Het voorjaar is een goede periode, omdat de planten en al het waterleven zich dan goed kunnen settelen en je er meteen het hele seizoen van kunt genieten.
Wat heb je nodig?
- spade;
- eventueel een waterpas en een lange lat bij een aflopend terrein – ook in een ogenschijnlijk vlakke tuin kan er wat hoogteverschil zijn;
- vijverfolie, bij voorkeur EPDM;
- beschermvlies;
- kruiwagen of emmers, teilen of lege potgrondzakken om de vrijgekomen tuinaarde te vervoeren;
- schaar;
- tuinslang;
- emmer entwater uit een nabije poel, sloot of natuurvijver;
- een paar vijvermandjes of plastic plantenbakjes voor niet te diepe planten, jute en wat kiezelstenen;
- schoon zand, bijvoorbeeld standaard bouwzand of zand dat onder stoeptegels vandaan komt;
- kiezels, bakstenen, leisteen, stronken of graszoden als randafwerking;
- planten.
Kijk voor gratis vijverstenen en keien ook eens op Marktplaats of in weggeefhoeken op sociale media.
Graaf verschillende dieptes: etages
Stappenplan: Zo leg je je eigen vijver aan
Stap 1: bepaal de juiste plek
Een vijver of poel ligt bij voorkeur op een plek waar ’s middags zon is, zodat het water voldoende opwarmt voor amfibieën die dat nodig hebben.
Het liefst staan er geen bomen direct omheen, omdat bladafval kan gaan rotten. Check van tevoren ook het grondwaterpeil. Je wilt liever niet dat de kuil tijdens het graven volloopt met grondwater, want dan moet je een pomp regelen.
Stap 2: kies de vorm en het formaat
Liefst is een vijver of poel minimaal 2 vierkante meter groot. Ik koos voor een zelfbedachte vorm van ruim 4 vierkante meter, met vijverfolie. Als alternatief kun je kiezen voor een kunststof vijverbak in een ronde, vierkante of fantasievorm.
Zet voordat je gaat graven de vorm van de vijver uit, bijvoorbeeld met stenen.
Stap 3: graaf verschillende dieptes
Vervolgens graaf je een gat met ‘etages’. Begin bij het diepste midden. Hoe dieper je komt, hoe groter de kans dat je leidingen of puin tegenkomt. Soms moet je daaromheen werken.
Twijfel je waar leidingen liggen? Dan kun je een KLIC-melding doen bij het Kadaster, voor een overzicht van de leidingen onder je terrein.
Heb je het diepste punt bereikt, dan kun je staand in de kuil de rest weg scheppen. Maak met de achterkant van de spade de etages plat. Houd delen van de bovenste etage wat breder, liefst daar waar de zon het vaakst staat.
Ondiep water van ongeveer 20 centimeter warmt sneller op en wordt gebruikt voor de afzet van amfibieëneieren.
Het diepste deel van 80 tot 100 centimeter is nodig om amfibieën zoals de bruine en groene kikker te laten overwinteren. Ook larven van amfibieën overwinteren er; die komen het volgende jaar het land op.
Zorg tot slot dat de vijverrand iets hoger is dan de tuin, zodat tuinwater niet in de vijver loopt. Daarvan kan de vijver te voedselrijk worden.
Stap 4: hergebruik de uitgegraven grond
De grond uit de kuil kun je gebruiken voor het ophogen van een border of tegen een stenen muurtje scheppen. Ik stortte die in mijn moestuinbakken en maakte van de overgebleven graszoden een heuveltje voor hoogteverschil in de tuin.
Houd een paar emmers aarde apart om na aanleg de vijverrand bij te stellen.
Stap 5: breng beschermvlies en vijverfolie aan
Na het graven kun je berekenen welk formaat vlies en folie nodig is:
- Lengte: lengte van de vijver + twee keer de diepte van de vijver + 80 centimeter voor de randen.
- Breedte: breedte van de vijver + twee keer de diepte van de vijver + 80 centimeter voor de randen.
Plaats eerst het beschermvlies en daarna de vijverfolie in de kuil. Druk de folie zo goed mogelijk tegen de bodem. Loop er zo min mogelijk over en trek in ieder geval je schoenen uit of draag zachte rubberlaarzen.
Als je de vijver vult, wordt de folie door de druk nog iets verder aangeduwd. Leg hem dus niet te strak. De plooien lijken onaantrekkelijk, maar worden straks grotendeels platgedrukt door het water.
Het doek moet rondom nog minimaal 30 centimeter uitsteken. Druk het goed aan en knip het folie ruim op maat.
Wacht een dag, zodat de vijver zich kan zetten. Verstevig en verhul daarna de rand met grote kiezels, stenen en grind of overgebleven graszoden. Ik koos voor een stenen rand en belegde de rest met zoden. Nu kun je het uitstekende folie afknippen.
De eerste maanden blijf je het folie zien, maar zodra de beplanting goed groeit, verdwijnt het uit het zicht.
Stap 6: vul de vijver en voeg entwater toe
De poel vul je met de tuinslang. Daarna giet je er een emmer water uit een nabije sloot, vijver of ander natuurwater in: een ‘ent’ met lokale organismen.
Let op: zorg dat dit entwater vrij is van vissen, rivierkreeften, blauwalg, draadalg en kroos. Wel fijn zijn watervlooien, want die filteren zweefalgen uit het water. Je vindt ze op zonnige plekken dicht bij oevers.
Stap 7: maak schuilplekken voor amfibieën
Voor amfibieën is het belangrijk dat er in je tuin verschillende plekken zijn waar ze kunnen overwinteren. Denk aan een hoopje snoeihout, een losse boomstronk, stenen rond de vijver of stapelmuurtjes, met daartussen holtes en bladeren.
Kijk ook of je tuin bereikbaar is: zorg dat kikkers en padden een gaatje vinden om doorheen te piepen. Zorg ook dat dieren makkelijk uit het water kunnen klimmen.
De poel vul je met de tuinslang
Tip: in vijvers met steile oevers of gladde randen helpt een eenvoudige kikkertrap of uitstapplek.
Stap 8: zet waterplanten in de juiste zones
Let bij het kiezen van waterplanten op de zone waarin ze thuishoren. Kies liefst inheemse planten die in ons eigen land rond sloten en natuurwater voorkomen.
Ze bieden dekking aan amfibieën en andere dieren die de vijver in- en uitkomen of ervan drinken. Ook bloeien ze en bieden ze nectar en stuifmeel aan lokale bestuivende insecten, die weer voedsel zijn voor vogels en amfibieën.
Stap 9: laat het vijverleven zich ontwikkelen
Geef de poel een paar weken de tijd om in evenwicht te komen en geef de planten de gelegenheid om te groeien. Het kan zijn dat er eerst wat groene algengroei plaatsvindt. Laat dat proces even gaan.
In een natuurvijver zijn pompen, filters en fonteinen onnodig. Verlichting in of rond de vijver is in verband met het dierenleven ook niet aan te raden.
Het eindresultaat
Zo onderhoud je een natuurvijver
Doordat de poel zelf zijn biologische evenwicht vindt, hoef je er relatief weinig aan te doen.
Voel in het najaar, voordat de watertemperatuur onder de 10 graden zakt, hoeveel donker slib en bladeren er op de bodem liggen. Is dat een laag van meer dan 10 centimeter, verwijder dan een deel met een netje.
Verwijder af en toe het eventuele teveel aan waterbegroeiing, draadalgen, kroos en bladeren, zodat er voldoende zonlicht op het water kan blijven schijnen. Laat verwijderde planten eerst een paar dagen bij de oever liggen. Dan kunnen aanwezige beestjes nog een goed heenkomen zoeken. Daarna kan het materiaal op de composthoop of als mulch in de border.
Bij een groeispurt in het voorjaar kun je nog wat planten weghalen. Verwijder nooit meer dan 25 procent.
Vul water bij in droge periodes. En als de vijver langere tijd helemaal dichtvriest, voorkom dan zuurstoftekort voor overwinterende dieren. Zet bijvoorbeeld een plankje met kokend water op het ijs, zodat dit er langzaam doorheen zakt. Ook kun je van tevoren een bos rietstengels in het water laten vastvriezen.
Een heldere vijver
Heb je 'm eenmaal aangelegd, maar verandert je water in groene blubber? Zo blijft je vijver op natuurlijke wijze in de zomer helder.
Katja's favoriete vijverplanten
Zone 3: circa 30-40 centimeter onder het wateroppervlak
- Rode dwergwaterlelie (Nymphaea ‘Pygmaea Rubra’; gewone waterlelie kan alleen in echt grote vijvers)
- Waterviolier (Hottonia palustris; zuurstofplant, inheems, houdt zuurstofgehalte op peil)
- Wit snoekkruid/moerashyacint (Pontederia cordata ‘White Pike’)
Zone 1 en 2: circa 10-20 centimeter onder het wateroppervlak
- Blauwe virginische lobelia (Lobelia siphilitica)
- Iris Louisiana ‘Black Gamecock’
- Grote waterweegbree (Alisma plantago-aquatica), inheems
- Mattenbies (Schoenoplectus lacustris), inheems
- Rode kafferlelie (Schizostylis coccinea)
- Spitsbladige bonte kalmoes, mini (Acorus gramineus ‘Ogon’)
- Zwanenbloem (Butomus umbellatus), inheems
Langs de vijverrand
- Baardiris
- Daglelie
- Gele lis, inheems
- Kattenstaart, inheems
- Speenkruid, inheems
- Kleine echte koekoeksbloem, inheems
- Op de wensenlijst: dotterbloem en kruipend zenegroen
Katja met speenkruid, een inheems oeverplantje
Katja's klustuin
Met het Groei & Bloei Tienpuntenplan voor klimaatvriendelijk tuinieren onder de arm gaat groenjournalist en tuinboekenschrijver Katja Staring van haar nieuwe saaie tuin een plek vol leven maken.
Een andere aflevering van deze rubriek: Een hemelwatertuin: zo maak je je tuin klaar voor hoosbuien én droogte