tekst redactie Groei & Bloei
beeld iBulb
update 10-06-2026
Laat het blad gewoon liggen
De grootste tijdwinst zit in níéts doen met je blad. In de natuur zakt het keurig tussen de planten en bedekt het de bodem. Daar overleven allerlei kleine beestjes de winter in, en het blad verteert langzaam tot voeding die je planten in het voorjaar weer gebruiken. Bovendien voorkomt die laag dat de grond dichtslaat onder de winterregens, en beschermt hij de wortels tegen kou. Haal het dus niet tussen je planten vandaan: het is in feite gratis, natuurlijke compost.
Gerard van Buiten van de Botanische Tuinen Utrecht laat in de video zien wat je wél en niet doet, en waar je de natuur en jezelf het meest mee helpt.
De uitzonderingen: gazon en wintergroene planten
Een paar plekken wil je wél bladvrij houden. Op het gazon haal je het blad eraf: een te dikke laag verstikt het gras, dat ook in de winter licht en lucht nodig heeft.
Het gazon vraagt sowieso nog even een laatste beurt voor de winter. Hetzelfde geldt voor wintergroene bodembedekkers: die blijven 's winters groen en hebben dus licht nodig. Blijft het blad daarop liggen, dan gaat het eronder rotten. Hark het blad daar weg, en strooi het gerust tussen je borderplanten.
Knip de uitgebloeide stengels niet af
Vroeger knipten veel tuiniers vóór de winter zo ongeveer alle vaste planten terug. Doe dat liever niet. Een laagje rijp over de uitgebloeide stengels is in de winter een mooi gezicht, en in de holle stengels schuilen insecten die je tuin in het voorjaar weer leven geven. Dat past precies bij het idee achter meer biodiversiteit in je tuin. Het opruimen en terugknippen stel je uit tot het late voorjaar.
Stop met bemesten
Bemesten kun je in de herfst ook laten zitten. De planten staan in de winter stil en hebben er niets aan; de voeding spoelt grotendeels weg voordat ze er in het voorjaar iets mee kunnen.
Wel doen: vaste planten scheuren
Een kale plek in de border, bijvoorbeeld waar in de zomer iets is doodgegaan door de droogte, vul je in de herfst eenvoudig op door vaste planten te scheuren. Haal een pol van bijvoorbeeld een geranium uit de grond en steek of trek die in stukken; van één pol heb je er zo zes.
Maak eerst de open plek wat los met de spade, dat ene stukje grond, niet de hele border, zodat de jonge planten makkelijker aanslaan. Zet de stukjes ertussen en ze groeien vanzelf door.
Dit kan met de meeste vaste planten, tot ongeveer half oktober. Later kun je het beter laten: de planten zijn dan te veel in rust en groeien voor de winter niet meer vast. Eén uitzondering: siergrassen kun je beter niet in de herfst scheuren, die kunnen daar slecht tegen. Doe die pas in het voorjaar.
Wel doen: voorjaarsbollen planten
De herfst is ook hét moment om voorjaarsbollen te planten. Twijfel je over plantdiepte, afstand of welke kant boven moet, kijk dan bij de 10 meestgestelde vragen over bloembollen. Werk ze tussen je borderplanten:
- Maak met een plantschep wat grotere gaten tussen de planten, zo'n 10 tot 15 cm diep. Liever iets te diep dan te ondiep, dan zitten de bollen goed beschermd.
- Doe per gat een stuk of tien tot vijftien bollen, afhankelijk van de soort; in een groepje staan ze straks het mooist.
- Let op de goede kant: de neus omhoog, de worteltjes naar beneden. Weet je het niet zeker, leg de bol dan op zijn kant, dan komt hij vanzelf goed.
Mooi voor zo'n plek is bijvoorbeeld het hondstandviooltje (Erythronium 'Pagoda'), een bosplant met gele, pagode-achtige bloemen in april en mei.
Meer voor een levende tuin
Waarom je met minder opruimen juist meer leven binnenhaalt, lees je in wat biodiversiteit is en hoe je eraan bijdraagt.