Afbeelding Meer leven in je tuin? Vaak moet je juist minder doen

Meer leven in je tuin? Vaak moet je juist minder doen

Steeds meer leven in je tuin, dat wil bijna iedereen. Maar waar begin je? Het goede nieuws: je hoeft er meestal niet méér voor te doen, vaak juist minder. Gerard van Buiten van de Botanische Tuinen Utrecht laat zien hoe je met kleine ingrepen al veel verschil maakt.

Een hommel op een allium

tekst redactie Groei & Bloei
beeld iBulb
datum 03-08-2021
update 01-04-2026

Wat is biodiversiteit?

Biodiversiteit is zo'n woord dat overal opduikt, maar wat betekent het nou eigenlijk? Letterlijk: variatie aan leven. De vogels die je hoort, de planten in je border, de insecten die ertussen vliegen, samen vormen ze één systeem. En aan de basis van dat systeem staan de planten.
 


Het begint bij planten, en bij variatie

Hoe meer verschillende soorten planten je hebt, hoe sterker de basis. Planten leveren nectar en stuifmeel en trekken zo insecten aan, en die insecten zijn op hun beurt voedsel voor vogels en andere dieren. Welke soorten de meeste bijen, vlinders en zweefvliegen trekken, vind je in de beste insectenlokkers.

Niet elk insect is even kieskeurig. Honingbijen en hommels zijn generalisten: als er maar nectar of stuifmeel is, doen ze het op vrijwel elke bloem, of dat nu een sierui (Allium) uit Midden-Europa is of een inheemse plant. De honingbij is eigenlijk een soort landbouwhuisdier, dat we voor de honing houden; de hommel is een in het wild levende bij.

Maar daarnaast leven er in Nederland nog ruim 300 wilde bijensoorten, en sommige daarvan zijn voor hun stuifmeel afhankelijk van één enkele plantensoort. Verdwijnt die plant, dan verdwijnt ook de bij. Juist daarom maakt variatie het verschil: meer soorten planten betekent meer soorten dieren, en een tuin die ecologisch steviger in elkaar zit.

Wat een bijenhotel zichtbaar maakt

Een insectenhotel van rietstengels en houtblokken laat mooi zien hoe dat werkt. Kijk je er een tijdje naar, dan zie je overal kleine insecten in- en uitvliegen, sommige als een bij, andere meer als een vliegje. In de rietstengels zie je gaatjes die zijn dichtgemetseld met klei: daar zitten de nestjes. Op het plankje eronder ligt een geel laagje gemorst stuifmeel.

Daar zit ook meteen het verschil tussen die twee. De nectar is de brandstof voor het vliegende insect zelf; het stuifmeel is het voer voor de larven. In een rietstengel maakt een wilde bij een rij kleicelletjes, elk gevuld met stuifmeel en één eitje, en metselt ze stuk voor stuk dicht. Het eerst gelegde eitje, achterin, komt het volgende voorjaar als laatste uit, anders zitten ze elkaar in de weg. En omdat de mannetjes iets eerder klaar zijn, liggen die vooraan.

Meer leven in je tuin? Vaak moet je juist minder doen Een bijenhotel trekt niet per se méér bijen aan, maar het maakt zichtbaar wat er al is.


Een bijenhotel trekt niet per se méér bijen aan, maar het maakt zichtbaar wat er al is. In de Botanische Tuinen Utrecht leven ruim vijftig wilde bijensoorten, en die zie je vooral doordat je er regelmatig naar staat te kijken. Belangrijker nog: het vervangt de nestplekken die in een strak opgeruimde tuin ontbreken.

Wilde bijen nestelen namelijk in holle en dode stengels, dood hout, oude muren of een gaatje in de grond. Heb je dat allemaal weggehaald, dan is zo'n hotel een goede vervanger, maar nog beter is om niet alles tot in de puntjes op te ruimen.

Biodiversiteit werkt voor je: de eikenprocessierups

Waarom is al dat leven nou zo handig? Neem de eikenprocessierups, met zijn beruchte brandharen. Een grote eik kan er in een slecht jaar vol mee zitten. Maar koolmezen en andere mezen hebben juist in de periode dat die rupsen nog klein zijn hun nesten vol jongen, en die voeren ze met duizenden rupsen. Precies wanneer de processierups zich explosief ontwikkelt, houden de vogels hem zo onder controle.

De rest van het jaar, als er geen processierupsen zijn, moeten diezelfde mezen ook eten: allerlei andere insecten, van wilde bijtjes tot vliegen en kevertjes, die bij de planten leven. Zorg je voor veel planten en dus veel insecten, dan zijn er het hele jaar door genoeg vogels in de buurt, en wordt dat evenwicht steeds sterker en gezonder. Een biodiverse tuin lost zijn plagen voor een groot deel zelf op.

Zo krijg je meer leven in je tuin

Veel hoef je dus niet te doen. De grote lijnen:

  • Plant veel verschillende soorten door elkaar, en kies er ook inheemse planten bij voor de kieskeurige specialisten.
  • Ruim niet alles op: laat dode stengels, een hoekje dood hout of een takkenril staan als schuil- en nestplek.
  • Hang eventueel een bijen- of insectenhotel op, als nestplek én om het leven zichtbaar te maken.

Meer ideeën om je tuin levend te maken, vind je in het Groei & Bloei-Tienpuntenplan voor duurzaam tuinieren.

Meer over een levende tuin

Wil je vooral de vogels een handje helpen? Lees hoe je meer vogels in de tuin krijgt, het hele jaar door.

En voor een border die het hele seizoen leeft, kijk je bij planten voor een levende tuin.

Special Vogel & vlindertuin

Meer ideeën om je tuin levend te maken, vind je in de Vogel- & vlindertuin-special van Groei & Bloei, een magazine van 156 pagina's gemaakt in samenwerking met de Vlinderstichting en Vogelbescherming Nederland. De special staat vol tuinreportages, plant- en zaaitips en soorten die vlinders, bijen en vogels naar je tuin halen.