Grote pimpernel (Sanguisorba officinalis) is de waardplant van het pimpernelblauwtje
tekst Marijke Akerboom
update 18-06-2026
Waarom inheemse planten zoals de pimpernel belangrijk zijn
"Wilde planten in je tuin, is dat wel mooi?" Die vraag krijg ik vaak. Mijn antwoord is een volmondig ja. Inheemse soorten als de pimpernel horen hier van nature thuis en ondersteunen het ecosysteem: ze bieden voedsel en schuilplekken, en zijn vaak beeldschoon. We zien ze alleen zo weinig in het wild dat we hun waarde vergeten zijn.
Tijd om daar verandering in te brengen, want inheemse planten zijn onmisbaar voor de biodiversiteit in je tuin.
De grote pimpernel (Sanguisorba officinalis)
Pimpernel. Alleen de naam al spreekt tot de verbeelding, iets sprookjesachtigs. Misschien komt dat doordat de plant al sinds de oudheid in de volksgeneeskunde werd gebruikt als bloedstelpend middel, en daardoor in veel volksverhalen voorkomt. De Latijnse naam Sanguisorba verwijst nog naar die werking: hij betekent zoveel als 'bloed opslorpen'.
De grote pimpernel (Sanguisorba officinalis) kun je nog op een paar plekken in het wild tegenkomen, meestal in vochtige graslanden langs de grote rivieren. Ze heeft een mooi rozet van geveerde bladeren, waaruit lange stengels groeien met kleine, donkerrode bloemen die meewuiven met de wind. Die rode bolletjes bestaan uit talloze bloemetjes met nectar en stuifmeel; honingbijen, zandbijen, vlinders, zweefvliegen en kevers maken er graag gebruik van.
In de tuin doet de grote pimpernel het goed op een zonnige, vochtige plek, bijvoorbeeld als oeverplant bij een vijver. Ze bloeit van juni tot september en wordt ruim een meter hoog.
Het wonderlijke leven van het pimpernelblauwtje
Verschillende vlinders hebben de pimpernel nodig als waardplant: ze zetten hun eitjes alléén op deze plant af, want de rupsen eten uitsluitend pimpernelblad. Het pimpernelblauwtje is zo'n vlinder, met een verbluffend levensverhaal.
Het vrouwtje zet haar eitjes af op de bloem van de grote pimpernel. De rupsjes eten de zaden, en na een week of vier laten ze zich op de grond vallen. Net als bladluizen scheiden ze een zoet vocht af, waar de moerassteekmier op afkomt.
De mier neemt de rups mee naar haar nest, zonder te weten dat die er de hele winter mierenlarven en -poppen zal opeten. De mieren merken het niet, want de rups heeft de geur van een mierenlarve aangenomen. Zodra ze groot genoeg is, verpopt ze zich vlak bij de uitgang. En als de pimpernel in het nieuwe jaar weer bloeit, sluipt ze 's ochtends vroeg, terwijl de mieren nog slapen, als vlinder naar buiten.
De natuur zit ingenieus in elkaar. Het pimpernelblauwtje heeft én de grote pimpernel nodig, én een vochtige venige plek waar die groeit, én een zanderige plek eromheen voor de moerassteekmier. Vóór de landbouwrevolutie van de jaren vijftig waren die omstandigheden heel gewoon; nu moeten natuurorganisaties hun best doen om zulke vlinders niet te laten uitsterven.
De kleine pimpernel (Sanguisorba minor) voor een droge tuin
Gelukkig is er ook een pimpernel voor wie een droge tuin heeft: de kleine pimpernel (Sanguisorba minor). Van nature groeit ze op arme, droge, kalkrijke grond, en in de tuin doet ze het goed op kalkrijk zand of in een rots- of tegeltuin. Ze blijft lager, tot zo'n 50 centimeter, heeft net zo mooi geveerd blad en bloeit al vroeg, in april en mei.
Bekijk de bloem eens met een loepje, het is de moeite waard. Ze is tweeslachtig: bovenaan zitten de rode stampertjes die de bloem haar kleur geven, en aan de onderkant hangen de gele meeldraadjes naar beneden als het rokje van een danseres.
De bloem geeft geen nectar, want ze wordt door de wind bestoven. Hommels, honingbijen en zandbijen komen wél voor het stuifmeel, dat ze nodig hebben om hun larven te voeden. Zo is de kleine pimpernel onmisbaar voor onze inheemse bijen, zoals de grasbij.
Japanse pimpernel (Sanguisorba tenuifolia)
Andere pimpernelsoorten voor de siertuin
Naast de inheemse soorten zijn er prachtige niet-inheemse pimpernellen voor de siertuin. Een mooie is Sanguisorba tenuifolia uit Japan, met lange, overhangende bloemaren in rozerood met wit, zeker een meter hoog. De witte variant wordt wel twee meter en bloeit met hangende witte aren in juli en augustus.
In mijn eigen border groeit Sanguisorba menziesii uit Amerika, met blauwgroen blad en purperrode aren, die al vroeg bloeit, van mei tot juni.
Deze niet-inheemse soorten worden niet door zandbijen bezocht, maar wel door honingbijen en allerlei vliegjes.
Een extra voordeel: slakken houden niet van pimpernel.
- Lees meer: dit zijn slakkenwerende planten.
Pimpernel combineren in de border
Pimpernellen combineren mooi met andere planten die van vocht en zon houden. Een paar geslaagde combinaties:
- Veronicastrum virginicum bij Sanguisorba tenuifolia: beide hoog (150-200 cm) en sierlijk, met overlappende bloeitijd. Met Anemone x hybrida 'Königin Charlotte' en het siergras Stipa gigantea erbij krijg je een mooi kwartet.
- Sanguisorba menziesii met de inheemse kattenstaart (Lythrum salicaria): allebei gek op vocht, en de kattenstaart is een van de beste keuzes voor insecten. Eventueel met Japans bosgras (Hakonechloa macra) voor luchtigheid.
- Grote pimpernel met phloxen, de roze schermen van koninginnekruid (Eupatorium) of de fijne rechtopstaande aren van Verbena hastata.
Hoe zaai je pimpernel?
De zaden van pimpernel zijn klein; dek ze niet af maar druk ze licht in de aarde. Het zaaimoment hangt af van de soort.
De inheemse soorten, de grote en de kleine pimpernel, zijn koudekiemers. Hun zaad heeft eerst een lange koudeperiode nodig:
- Zaai in oktober of november in een zaaibakje, niet in het voorjaar.
- Zet het buiten of in een koude kas, en laat het niet uitdrogen of kletsnat worden.
- De zaden kiemen in het voorjaar, vaak onregelmatig en over een lange periode. Wil je de kleine pimpernel toch in het voorjaar zaaien, zet het zaaibakje dan eerst een week in de koelkast.
De andere soorten, de Japanse en de witte grote pimpernel, kun je in het voorjaar zaaien:
- Zaai in maart of april bij ongeveer 20 °C, bedek de zaden nauwelijks en houd de grond licht vochtig.
- Verspeen de zaailingen en plant ze na de ijsheiligen uit.
- Een najaarszaai buiten (september-oktober) kan ook; dan kiemen ze vanzelf in het voorjaar.
Pimpernel bestellen: 4 soorten
Enthousiast geworden? In de webshop van Groei & Bloei vind je zaad van vier soorten pimpernelsoorten.
1. Grote pimpernel (Sanguisorba officinalis)
Een mooie tuinplant: uit een fraai rozet komen lange stengels met donkerrode bloemen die zich door andere planten heen weven. Als oeverplant bij een vijver komt ze prachtig tot haar recht.
Standplaats: zon, matig vochtige en voedselrijke grond
Hoogte: 125-150 cm
Kleur: donkerrood
Bloei: juni-september
Zaaien: koudekiemer, in oktober-november
Insecten: honingbijen, zandbijen, zweefvliegen, kevers en vlinders (waaronder het pimpernelblauwtje)
Bestel het zaad van grote pimpernel
2. Kleine pimpernel (Sanguisorba minor)
De inheemse kleine pimpernel groeit van nature op arme, droge, kalkrijke plekken. In de tuin doet ze het goed op kalkrijk zand of in een rots- of tegeltuin. Het blad is mooi geveerd en de bloempjes zijn bolvormig; ze blijft een stuk lager dan de grote pimpernel.
Standplaats: zon, kalkrijk zand, rots- of tegeltuin
Hoogte: 50 cm
Bloei: april-mei
Zaaien: koudekiemer, in het najaar
Insecten: hommels, honingbijen en zandbijen
Bestel het zaad van kleine pimpernel
3. Witte grote pimpernel (Sanguisorba officinalis var. alba)
Een sterke, ijle vaste plant met hangende, witte bloeiaren. Het fijn gedeelde blad verkleurt in de herfst mooi geel. Ze wordt van alle sanguisorba's het hoogst en gaat heel goed samen met grassen.
Standplaats: zon tot halfschaduw, niet te droog
Hoogte: 180-200 cm
Kleur: wit
Bloei: juli-september
Zaaien: in het voorjaar (20 °C) of in het najaar
Insecten: honingbijen en allerlei soorten vliegjes
Bestel het zaad van de witte grote pimpernel
4. Japanse pimpernel (Sanguisorba tenuifolia)
Deze soort uit Japan heeft lange, overhangende bloemaren in rozerood met wit en wordt zeker een meter hoog.
Standplaats: vochtige grond, in de winter niet te nat
Hoogte: 150-200 cm
Kleur: roze
Zaaien: in het voorjaar (20 °C) of in het najaar
Insecten: honingbijen en allerlei vliegjes
Bestel het zaad van Japanse pimpernel
Over de auteur
Marijke Akerboom kweekt inheemse planten op haar kwekerij Ninabel in het Groningse Boerakker. Haar kennis van wilde planten en insecten gebruikt ze ook voor het geven van lezingen en het schrijven van artikelen. En natuurlijk in haar eigen tuin, waar het krioelt van het leven.
Bezoek
Kwekerij Ninabel Hoge
Tilweg 47
9362 VC Boerakker
De kwekerij is een paar dagen per jaar open; bekijk de openingstijden. www.ninabel.nl
Meer zelf zaaien
Smaakt het naar meer? Zaai ook natuur in je tuin met vaste lathyrus, bestel zaad van 7 soorten echte koekoeksbloem, of zaai inheemse nsectenlokken.
Marijke Akerboom (beeld Sandra Verkic)
Special Vogel & vlindertuin
Meer ideeën om je tuin levend te maken, vind je in de Vogel- & vlindertuin-special van Groei & Bloei, een magazine van 156 pagina's gemaakt in samenwerking met de Vlinderstichting en Vogelbescherming Nederland. De special staat vol tuinreportages, plant- en zaaitips en soorten die vlinders, bijen en vogels naar je tuin halen.